Vogels kijken

Je zit, verborgen in de struiken, al een tijdje stilletjes te wachten tot hij tevoorschijn komt. Plotseling staat hij daar, slechts twee meter voor je: zijn veren zijn nog kleurrijker dan je had gedacht en hij maakt resolute, maar toch subtiele bewegingen. Zijn gezang, dat klinkt als hemelse muziek, breekt de stilte in het bos. Je richt je camera en drukt supersnel af om elk moment vast te kunnen leggen ... Dit is de wondere wereld van de vogels.

Op het eiland leven zo'n 70 broedvogels, waarvan sommige endemisch zijn. Er zijn 21 punten, verdeeld over de berggebieden, het middengebergte van het eiland en de kust, waar de omstandigheden ideaal zijn om ze te gaan bekijken.

We konden geen resultaten vinden die overeenkomen met uw zoekopdracht.


Buizerd
(Buteo buteo insularum)
De buizerd zich met reptielen, insecten en kleine zoogdieren, zoals muizen, die hij vangt in gebieden met struikgewas en landbouwgronden. Wanneer je naar het bergachtige gebied en ravijnen van het eiland gaat, zul je hem gemakkelijk gedurende het hele jaar zien, omdat dit zijn natuurlijke leefomgeving is.


Scopoli’s pijlstormvogel
(Calonectris diomedea)
De Scopoli’s pijlstormvogel brengt een karakteristiek, klagelijk geluid voort en een schril geluid in het broedgebied, terwijl hij tijdens de vlucht over open zee geen geluid laat horen. Het is een zeevogel die je kunt observeren vanaf het voorjaar tot het najaar: een goede plaats daarvoor zijn de in zee uitstekende rotspunten, het beste 's avonds.


Bulwers Stormvogel
(Bulweria bulwerii)
In Spanje komt deze vogel alleen op de Canarische Eilanden voor en op Tenerife vind je het grootste aantal. Er zijn ongeveer 400 paartjes. Het grootste gedeelte van de tijd vissen ze op volle zee op vooral plankton en ze komen alleen aan land om te nestelen. Ze brengen hun jongen groot onder de rotsen en in spleten en zijn in de broedgebieden ‘s nachts actief. Ze brengen een geluid voor dat lijkt op het blaffen van een kleine hond.


Bolles laurierduif
(Columba bollii)
Deze endemische soort leeft in de laurierbossen van het eiland. Zijn voedsel bestaat uit de vruchten van de gagel, laurier, hulst, aardbeiboom, enz. Hij nestelt altijd in bomen en heeft een grijze kleur met een wijnkleurige glans op zijn borst en groen en roze in de nek.


Madeiragierzwaluw
(Apus unicolor)
De madeiragierzwaluw is gemakkelijk te herkennen aan zijn kruisboogachtige vorm en de schelle schreeuw die hij produceert. Ze vliegen het grootste deel van de tijd in groepen en raken alleen de grond wanneer ze in het nest aankomen of het verlaten. Hij kan slapen terwijl hij vliegt. De diersoort is een trekvogel die elk jaar in het voorjaar en de zomer vanuit Afrika terugkeert. Behalve in ravijnen broedt hij ook graag in verlaten huizen en andere gebouwen in meer stedelijke gebieden.


Barbarijse valk
(Falco pereginus pelegrinoides)
Dit is een andere vogelsoort die je in Spanje alleen op de Canarische Eilanden aantreft. Hij komt oorspronkelijk uit Noord-Afrika, hoewel er ook exemplaren worden waargenomen in verre gebieden, zoals Egypte of Mongolië. Hij nestelt het liefst op steile rotsen in zee en ravijnen met een schaarse begroeiing. Hij heeft een grote spanwijdte tot een meter en voedt zich met duiven en kleine vogels.


Spaanse mus
(Passer hispaniolensis)
De Spaanse mus leeft van nature in groepen en nestelt in holle bomen, maar ook in palen en hoogspanningsmasten. Ze leven voornamelijk van granen en ze zijn erg luidruchtig (je kunt ze al vanaf honderden meters afstand horen). De Spaanse mus is altijd een algemeen voorkomende vogel op het eiland geweest, hoewel hij de laatste jaren moeilijker te zien is. De beste plekken zijn dorpen en parken en tuinen in de steden.


Kanarie
(Serinus canaria)
Dit is een van de symbolen van de Canarische Eilanden en een soort die uitsluitend op deze archipel en die van Madeira en de Azoren voorkomt. Hij is grijzig bruin van kleur op de rug en groen en gelig op de borst en kop. Je ziet hem gewoonlijk in grote zwermen op zoek naar zaden in bossen en landbouwgebieden. De ondersoort van de gedomesticeerde wilde kanarie is de populairste vogelsoort ter wereld die als huisdier wordt gehouden.


Canarische tjiftjaf
(Phylloscopus canariensis)
Deze vogel vind je vooral in de bosrijke gedeelten van het eiland en de laurierbossen, maar hij schuwt ook landbouwgronden en tuinen niet. Insecten, vruchten en pollen vormen de basis van zijn dieet. Hij komt zowel aan de kust als in hogere gedeelten van het eiland voor.


Vink
(Fringilla coelebs)
Er bestaan 16 ondersoorten in de wereld, waarvan er drie op de Canarische Eilanden voorkomen en een ervan op Tenerife. Je ziet ze veel in de vochtige laurier- en pijnboombossen rondzwermen. Ze voeden zich met zaden, hoewel de jongere exemplaren ook insecten op het menu hebben staan.


Tenerifse blauwe vink
(Fringilla teydea)
Tijdens het broedseizoen prijkt hij met een prachtig blauwe verentooi, wat de rest van het jaar grijsachtig blauw is. Het is een endemische soort van de Canarische Eilanden en is een bewoner van de pijnboombossen van het eiland (je kunt ze zien in die van Teno, Aguamansa, Boca Tauco, Arica, enz. ). Ze eten pijnboompitten en zaden van verschillende bremsoorten. Ook eten ze larven die ze uit de schors van de pijnbomen halen.


Visarend
(Pandion haliaetus)
Deze vogel is nauw verbonden met de zee en maakt zijn nesten op eilandjes en kliffen, zoals die van Teno, een van de plaatsen waar je ze gewoonlijk aantreft. Ze voeden zich met vis. Hij is steeds moeilijker te zien omdat het een van de zeldzaamste roofvogels van Tenerife is.


Rotsmus
(Petronia petronia)
Je kunt de rotsmus onderscheiden door een kleine gele vlek midden op de hals. Een ander kenmerk is het intense en zenuwachtige scherpe gepiep. Tijdens het broedseizoen is hij schuw en wantrouwig, maar in de herfst en winter is hij minder verlegen en laat hij zich vaker zien. Om hem in het oog te krijgen moet je naar de traditionele landbouwgebieden van het massief van Teno en Adeje gaan.


Tenerifse goudhaan
(Regulus teneriffae)
Dit kleine vogeltje (met een lengte van negen centimeter is het de kleinste vogel die zich op Tenerife voortplant) leeft uitsluitend in pijnboombossen. Zijn voedsel bestaat uit ongewervelde dieren die hij vindt tussen de takken van bomen en struiken.


Laurierduif
(Columba junoniae)
Hoewel de populatie van de laurierduif geleidelijk is afgenomen, kun je hem vooral nog zien in ravijnen van het noordelijke gedeelte van het eiland en gebieden met fayal-brezal- of monteverdevegetatie.


Woestijnvink
(Bucanetes githagineus)
Deze ernstig bedreigde vogelsoort komt gewoonlijk voor op hellingen, in ravijnen en in rotsige gebieden. Het is een vogel met een grote kop en korte snavel, die rood kleurt tijdens de baltsperiode.


Tenerifepimpelmees
(Parus teneriffae)
Boven op zijn kop heeft hij een kobaltblauwe kruin en zijn staart heeft een ook een blauwe kleur. Dit steekt af tegen het groen van zijn rug en het geel van zijn buik en borst. Het is een vogelsoort die alleen op de Canarische Eilanden en het noorden van Afrika voorkomt. Hij houdt ervan tussen de bremstruiken van het Parque Nacional del Teide ongewervelde dieren te vangen.


Canarische grote gele kwikstaart
(Motacilla cinerea canariensis)
Zijn slanke verschijning en lange bewegende staart, die hij gebruikt voor snelle wendingen tijdens volle vluchten, zijn enkele van zijn opvallende kenmerken. Hij voedt zich met spinnen, insecten en schaaldieren. Hij brengt gewoonlijk het grootste gedeelte van zijn tijd door in de nabijheid van plassen, irrigatiekanalen en landbouwgronden.


Strandplevier
(Charadrius alexandrinus)
Een gebruikelijke bezoeker van stranden, zoutmoerassen en de kust. Hij bouwt zijn nest dicht bij het water, in kleine kuiltjes in de grond, afgebakend door kiezels, algen en stukjes schelp. Op het eiland concentreert hij zich vooral aan de kust van Médano en Montaña Roja, hoewel je in de winterperiode exemplaren kunt tegenkomen op andere punten van de kust.


Berthelots pieper
(Anthus berthelotii)
Wanneer hij zich bedreigd voelt, vliegt hij zelden weg; hij geeft er de voorkeur aan weg te rennen met kleine tussenstops. Het is een endemische soort van Macaronesië. Hij is waarneembaar vanaf zeeniveau tot op 3.000 meter hoogte, waar weinig bomen groeien of verspreide vegetatie is. Je komt hem ook vaak tegen op paden, waaraan hij zijn Spaanse naam 'caminero' dankt. Hij eet sprinkhanen en krekels.


Grote bonte specht
(Dendrocopos major)
Voor zijn voedsel zoekt hij insecten (vooral larven) onder de schors van bomen. Hij doorboort alle houtsoorten met het grootste gemak, vanwege zijn krachtige snavel. Er bestaan twee ondersoorten op Tenerife en Gran Canaria.

We konden geen resultaten vinden die overeenkomen met uw zoekopdracht.
We konden geen resultaten vinden die overeenkomen met uw zoekopdracht.